Insolventieprocedures beperken hypotheek fiscus

De fiscus beschikt voor elke belastingsschuld over de mogelijkheid tot vestiging van een wettelijke hypotheek op grond van art. 425 wetboek van de inkomstenbelasting (WIB) en art. 86 BTW-wetboek.
Dit recht van de fiscus blijft echter niet onverkort overeind ingeval van insolventieprocedures.

Youri Steverlynck.
Youri Steverlynck.

Faillissement
Bij faillissement van een onderneming kan de fiscus haar wettelijke hypotheek nog steeds vestigen. De curator kan echter in het belang van het collectief van schuldeisers zelf hypotheek nemen namens de boedel zodat de rangregeling binnen het faillissement onveranderd blijft. Ook zekerheden gevestigd in de verdachte periode kunnen niet-tegenstelbaar verklaard worden aan de boedel op vordering van de curator.

Vereffening
De rechtsleer en rechtspraak aanvaarden dat bij vereffening van een onderneming – en dit in tegenstelling tot een faillissement – de fiscus niet meer beschikt over de mogelijkheid tot het vestigen van een wettelijke hypotheek. De ratio legis is dat het wetboek van vennootschappen (W.Venn.) niet voorziet in de mogelijkheid van de vereffenaar om zekerheid te nemen namens de boedel. De regel van de samenloop staat dan zulk éénzijdig recht van de fiscus in de weg.

Continuïteit
Ook de nieuwe wet op de continuïteit van ondernemingen (WCO, gerechtelijke reorganisatie) kiest nu voor gelijkheid van schuldeisers door de positie van de schuldeisers bij opening van de procedure vast te leggen. De fiscus kan weliswaar nog een wettelijke hypotheek nemen, maar dit zal haar positie binnen de gerechtelijke reorganisatie niet meer gunstig beïnvloeden. Zij kan dus geen buitengewone schuldeiser meer worden of haar aandeel in de buitengewone schuld vergroten.

Indien een onderneming in moeilijkheden onroerende goederen in eigendom heeft, kan dus de keuze van insolventieprocedure de positie van de fiscus ten aanzien van de andere schuldeisers beïnvloeden.

Auteur: Youri Steverlynck, vennoot Lexeco