Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid: “Bedrijven moeten meer inzetten op gezondheid en elkaar inspireren”

Jo Vandeurzen.
Minister Jo Vandeurzen: “Met het actieplan 2.0 trekken we met alle overheden, onze strategische onderzoekscentra en Flanders Investment & Trade naar het buitenland.”

De Vlaamse gezondheidszorg is momenteel volop aan het evolueren en staat voor allerlei uitdagingen. Ook hier speelt digitalisering een belangrijke rol: met innovatieve concepten wil Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de Vlaamse zorgsector internationaal op de kaart zetten. Wij spraken met hem over de toekomst van het gezondheidsbeleid in Vlaanderen.

M.M.: Wat zijn de uitdagingen voor het gezondheidsbeleid?

Minister Jo Vandeurzen: “Gezien de grote uitdagingen is het cruciaal om meer in te zetten op gezondheidspromotie en ziektepreventie. Dit kunnen we niet alleen vanuit het domein welzijn. Alle beleidsdomeinen en actoren moeten mee aan boord. Bijgevolg is de samenwerking tussen bedrijven kennisinstellingen met actoren uit de sociale sector en de gezondheidszorg noodzakelijk. Als we kijken naar de behoefte inzake zorgvragen, zien we dat het hebben van meerdere ziektes (multimorbiditeit, red.) stijgt met de leeftijd. De gezondheidszorg moet de zorgvragen van deze patiënten beantwoorden. Zij veronderstellen nu eenmaal dat alles geïntegreerd en betaalbaar is. Daarnaast moeten we aandacht hebben voor continuïteit in de zorg. We zijn daarom gestart met een oproep voor pilootprojecten chronische zorg. Ook ouderen-, thuis- en geestelijke gezondheidszorg zijn belangrijk. Hoewel al deze vragen elkaar overlappen, verandert dat niks aan het feit dat we acute zorg moeten combineren met technologie en innovatie. De kunst bestaat erin om als overheid de toegang tot het zorgsysteem zo te organiseren dat het op deze nieuwe vragen een antwoord biedt.”

M.M.: Welke prioriteiten heeft het gezondheidsbeleid in Vlaanderen?

“Met de reorganisatie van integrale jeugdhulp is er een beweging in gang gezet om minder te redeneren in termen van bijvoorbeeld gehandicaptenzorg, bijzondere jeugdzorg en algemeen welzijnswerk. We moeten aantonen wat het probleem is in deze verschillende sectoren en hiervoor een geïntegreerde oplossing bedenken. Een tweede beweging is de hervorming van de financiering van de gehandicaptenzorg. Met het decreet voor de Persoonsvolgende Financiering maken we de overstap naar een vraaggestuurd systeem. Verder zijn er nog de nieuwe bevoegdheden, waarbij Vlaanderen ervoor gekozen heeft om die onder te brengen in nieuwe takken van de zorgverzekering. Er zijn heel veel takken aan deze boom en het doel is om deze langdurige ondersteuningsvraagsstukken met een aangepast systeem te beantwoorden. Een groot blok hiervan is de bevoegdheid voor de ondersteuning van de eerstelijnszorg. Dat moeten we hertekenen, wat een grote oefening zal zijn in Vlaanderen.”

M.M.: Hoe belangrijk is de digitalisering?

“Zonder de digitalisering zal het onmogelijk zijn om die grote uitdagingen te bemeesteren, noch uit het perspectief van kwalitatieve zorg, noch uit het perspectief van het budget. Op het vlak van ICT en e-health moeten we deze dynamiek volgen. De ‘e-health roadmap’ bundelt verschillende actiepunten voor e-gezondheidsdiensten in ons land. Momenteel zijn we bezig met een traject waarin we ons samen engageren om daar op elk niveau zaken rond te doen. Op Vlaams niveau zetten we met Vitalink in op optimale gegevensdeling in de eerstelijnszorg waar nu al persoonlijke medische dossiers, vaccinaties en medicatieschema’s digitaal kunnen worden uitgewisseld en geconsulteerd.”

M.M.: Werkt de zorgsector voldoende samen met de bedrijfswereld?

“Het bindmiddel hierin is het Flanders’ Care concept, een horizontaal programma waarin ons beleidsdomein samenwerkt met Werk, Economie en Innovatie. Hierbij zetten we in op kwaliteitsvolle zorg, door innovatie en ondernemerschap te stimuleren. Met het actieplan 2.0 trekken we met alle overheden, onze strategische onderzoekscentra en Flanders Investment & Trade naar het buitenland. Hierbij benadrukken we dat het gaat om een community waarin we de zorgsector, de bedrijfswereld, de academische wereld en de patiëntenvertegenwoordigers samenbrengen om elkaar aan te moedigen. We moeten geïntegreerd werken en alles moet op elkaar afgestemd zijn.”

M.M.: Moeten bedrijven meer inzetten op gezondheid en beweging op de werkvloer?

“In Vlaanderen werken we met een pakket van gezondheidsdoelstellingen: suicidepreventie, voeding en beweging, vaccinatie, screening, … Veel van die doelstellingen hebben te maken met de dagelijkse biotoop van mensen, waardoor de werkplek cruciaal is. Daarom trachten we bedrijven via een aantal projecten te overtuigen om hierop in te zetten in samenspraak met onze partnerorganisatie ViGeZ en de Logo’s. Met nv Gezond willen we bedrijven inspireren. Verder vormt het sedentaire kantoorleven een van de risicofactoren voor de problematiek rond obesitas. Er zijn bedrijven die meer inzetten op gezondheid met bijvoorbeeld staande vergaderingen. Wij zijn ervan overtuigd dat zulke initiatieven effectiever zijn dan bedrijven te overstelpen met literatuur. Wij geloven in dat soort initiatieven en hopen dat ook bedrijven er de win-win van inzien.”