Marc Van Peel: Ik moet geen spectaculaire dingen doen, maar nuttige!

Marc Van Peel is nieuwe havenschepen

Onder water veranderen de zaken niet zo snel: de grote dossiers van vandaag lagen twee ‘havenschepens’ geleden ook al op tafel. Qua karakter vormt de 57-jarige Marc Van Peel (CD&V) een beetje een stijlbreuk met het verleden. Waar zijn voorgangers Jan Devroe en Leo Delwaide zich al eens onstuimig over een gevoelig dossier uitlieten, heeft Marc Van Peel de reputatie een technocraat te zijn, een pragmaticus. Wordt het met de nieuwe havenschepen dan anders?

Dossiers zoals de uitdieping van de Schelde, een tweede spoorverbinding voor de haven en – na het Deurganckdok – nog een bijkomend dok op de linker Scheldeoever gaan al ettelijke jaren mee. “Die grote dossiers slepen zo lang aan omdat er enorme belangen mee gemoeid zijn,” stelt Marc Van Peel. “Elke betrokken partij put alle politieke en juridische middelen uit om zijn belang te verdedigen. In al die dossiers vertrekken we niet meteen vanuit de meest stevige positie: we zijn altijd vragende partij. Toch hebben we in sommige dossiers, zoals de IJzeren Rijn, bijzonder grote verdragsrechterlijke troeven die we ook uitspelen, maar het is inderdaad een lange juridische lijdensweg. Nu Nederland een nieuw parlement heeft gekozen, zullen we er over moeten waken dat de nieuwe bewindvoerders de engagementen van de oude ook naleven. Dat klinkt niet spectaculair, maar ik moet ook geen spectaculaire dingen doen, maar nuttige.”

“Mijn vader heeft altijd in de haven gewerkt en klom op van jongste klerk voor het opnemen van de oorlogschade tot directeur van de haven. Dat we dit allebei nog mogen meemaken…”

Lobbywerk

Marc Van Peel is de nieuwe havenschepen in Antwerpen.Wat maakt iemand tot een goede havenschepen? Marc Van Peel monkelt: “Het moet vooral een goede lobbyist zijn. Het havenbedrijf wordt autonoom gerund en het is bijzonder belangrijk dat die autonomie in het zakelijk beleid van de haven zo ruim mogelijk blijft spelen.” De nieuwe havenschepen heeft trouwens nog mee aan de weg getimmerd om het stedelijke bastion naar autonomie te leiden. “Ik ben voorzitter van de raad van bestuur van het Havenbedrijf, maar het belangrijkste is dat de havenschepen iemand is die toegang heeft tot de bewindvoerders: de Vlaamse, de nationale, de Nederlandse,… en de Europese. Aangezien ik toch al een beetje ervaring heb in het politieke bedrijf zal ik daar inderdaad wel een steentje toe hebben bijgedragen.” Is de aanduiding van de nieuwe havenschepen een heftige concurrentiestrijd geweest? “Eigenlijk was het in tien minuten rond. Mocht ik forfait gegeven hebben, dan was het opnieuw een liberale schepen geworden, maar dit wilde ik echt wel doen.” Blij met de nieuwe job dus… “Vast en zeker! Mijn vader heeft altijd in de haven gewerkt en klom op van jongste klerk voor het opnemen van de oorlogschade tot directeur van de haven. Dat we dit allebei nog mogen meemaken… Ja, daar ben ik dankbaar om.”

Van de stad weggedreven…

De band tussen de Antwerpenaar en zijn haven – die Marc Van Peel thuis als vanzelfsprekend in gelepeld kreeg – leidt in het zicht van de nieuwe functie tot een persoonlijke droom. “Ik zie het graag gebeuren dat de haven de Antwerpenaar weer nauwer aan het hart ligt. In het verleden is de haven steeds groter geworden en verder van de stad weggedreven. Voor stedelingen die niet in de haven werken of geen mensen kennen die er werken, wordt de haven een beetje een ver van hun bed show. Het is belangrijk om die toenadering in de geest van de mensen te realiseren. Er zijn in het verleden weliswaar initiatieven in die zin genomen met festivals, opendeurdagen, vuurwerk en noem maar op. We moeten dat niet herkauwen, eerlijk gezegd heb ik nog geen concreet plan, maar het is alleszins één van de dingen die ik graag zou ‘willen’ doen. We moeten de haven in de city marketing van de stad veel prominenter aanwezig maken. Die wereld weer toegankelijk maken en op een eigentijdse manier opnieuw uitvinden, dat zou je als een stiekeme droom kunnen omschrijven.” De mogelijkheden tot verdere uitbreiding van het havengebied zijn beperkt, maar Antwerpen blijft het zeer goed doen. “Vooral de containertrafiek handhaaft zich als ‘booming business’. De behandeling van stukgoed – traditioneel één van de Antwerpse stokpaardjes – verliest dan weer terrein en dat zullen we moeten bewaken. Globaal genomen zijn er echter maar weinig sectoren die 5 tot 6 % groeien, wat voor de haven wél zo is. We gaan dus exponentieel vooruit. Er blijven altijd dingen die voor verbetering vatbaar zijn. Op grote, buitenlandse missies zouden de Vlaamse havens zich veel meer als eenheid moeten manifesteren. De autonomie van de havens moeten we wel behouden. Er moet een gezonde vorm van concurrentie blijven spelen.”

Werkloze havenarbeiders

Een belangrijk element is de werkloosheid van de havenarbeiders. “Men heeft in het verleden een beetje overschat hoeveel havenarbeiders men de volgende jaren werkelijk zou nodig hebben, waardoor veel mensen het fel gegeerde ‘boek’ in de wacht hebben gesleept, maar geen werk hebben.” In het dispuut of magazijnarbeiders de (duurdere) havenarbeiders niet kunnen vervangen of aanvullen, meent de schepen dat het havenbedrijf zich niet in de discussie moet mengen. “Ik heb daar wel een mening over, maar het zou de zaak niet vooruithelpen als ik die publiekelijk verkondig, wel integendeel. Zowel aan de zijde van werkgevers als werknemers zijn er verstandige leiders, die dit tot een goed einde moeten brengen.”  Marc Van Peel vindt hoe dan ook dat hij nog veel moet leren. “Ik ken de haven zoals ik andere beleidsdomeinen ken. Ik weet wat de grote uitdagingen en problemen zijn, ik kan daar een uur over volpraten. Het is echter iets heel anders om in de interne keuken te staan. Hoe zorg je ervoor dat reders in het Verre Oosten Antwerpen als hun eerste aanloophaven nemen? Wie moet je daarvoor benaderen en met welke argumenten? Op dat vlak heb ik nog veel te leren en dat is geen valse bescheidenheid. Ik ben mij daarom snel en grondig aan het bijscholen.”

C.T.