Onze markt is nog lang niet verzadigd

Steeds meer diensten die niet tot de kernactiviteiten van bedrijven behoren, komen terecht bij facility management (FM). Ook de facilitaire dienstverleners verruimen hun aanbod en evolueren tot onestop- shop-leveranciers voor ‘facility managers’ in bedrijven. Dat zijn de twee belangrijkste trends in facility management. Voor deze specialisatie ligt nog een wereld open, want in sommige sectoren is de term nog helemaal niet bekend.

Welke trends en uitdagingen bieden zich aan in de wereld van het facility management (FM)? We legden vier stellingen voor aan twee specialisten uit de sector: Gert Potoms, voorzitter van de Belgische afdeling van de International Facility Management Association (IFMA) en zelf als facility manager aan de slag bij de Vlaamse overheid, en communication director Hilde Eygemans van Sodexho Intregrated Facilities Management.

Stelling 1: Ondernemingen willen steeds meer diensten die niet tot hun core business behoren, uitbesteden aan facilitaire dienstverleners.

Sodexho is begonnen met catering, maar is nu geëvolueerd naar Integrated Facility Management.“Bedrijven willen zich inderdaad steeds meer concentreren op hun core business.Wat daar niet binnen past, wordt terecht uitbesteed,” weet Hilde Eygemans. “Eerst ging het alleen om onderhoud, catering, security en technische ondersteuning. Steeds vaker komen daar ook activiteiten bij als receptie, telefoondiensten, helpdesk en reprografie.” “Facility management is in de bankwereld gestart,” vult Gert Potoms aan. “Van daaruit is de aandacht voor facilitaire diensten overgewaaid naar internationale bedrijven. Aanvankelijk ging het om schoonmaak en catering, maar geleidelijk aan is het takenpakket uitgebreid naar heel wat andere diensten: onderhoud van de gebouwen, groenbeheer, veiligheid, fleet management, telecommunicatie, afvalbeleid, enzovoort. Bij sommige bedrijven vallen zelfs ICT en vastgoedbeheer onder het takenpakket van de facility manager.”

Stelling 2:Vooral grotere ondernemingen hebben interesse in facility management.

“De grote bedrijven zetten de trend naar verbreding van de dienstverlening,” zegt Gert Potoms.Gert Potoms: “Inderdaad, vooral grote bedrijven zijn zich bewust van het belang ervan. Met een degelijk facility management kan men namelijk kosten besparen. Grote bedrijven schakelen daarom een specialist in om dit uit te pluizen. Bij KMO’s daarentegen komt dit takenpakket vaak terecht bij een secretaresse, bovenop haar andere taken. KMO-bedrijven zijn ook nog niet zo vertrouwd met facility management, al merken we wel inspanningen in gunstige zin.” “Ook KMO’s staan stilaan meer open voor facility management,” pikt Hilde Eygemans hierop in, “maar de vraag blijft evenwel of er een geschikt aanbod voorhanden is. Een ‘handy man’ die bijvoorbeeld eerst twee uren in Brugge moet zijn en daarna voor twee uren naar Hasselt zou moeten, dat is moeilijk haalbaar. Vandaar dat vooral grote bedrijven al een goede FM-structuur hebben uitgebouwd. Bij die firma’s is de facility manager nu ook veel nadrukkelijker aanwezig dan vroeger. Hij biedt immers een grote toegevoegde waarde, zeker als het bedrijf zelf zijn gebouwen in eigendom heeft.”

Stelling 3: Facilitaire dienstverleners bieden een steeds ruimere waaier aan diensten aan om op te treden als one-stop-shop voor alle facilitaire diensten.

Hilde Eygemans: “Wij stonden vroeger vooral als cateringbedrijf bekend, maar zijn intussen geëvolueerd naar een IFM-bedrijf. IFM staat voor Integrated Facilities Management. Daartoe hebben we de bestaande afdelingen sterk uitgebreid en specialisten aangetrokken. In deze geïntegreerde aanpak bestaat ons IFM-aanbod uit Food Services (catering/vending), Soft Facilities Management en Hard Facilities Management. Soft FM bestaat uit een dienstengamma gaande van schoonmaak en mailroom tot receptie en onderhoud van tuinen. Hard Facilities Management omvat dan weer technische diensten. Voorbeelden daarvan zijn het onderhoud van keuken- en technische installaties, zoals verwarming en airconditioning. Deze evolutie is een logische stap, want de klant vraagt erom. De uitbreiding van keukenmanagement naar gebouwenonderhoud en aanverwante activiteiten is klein.” “Facility-bedrijven beginnen inderdaad steeds meer diensten aan te bieden,” vindt ook Gert Potoms. “Oorspronkelijk zijn de meeste met een service – vaak schoonmaak of catering – gestart, maar nu beginnen ze steeds meer activiteiten te combineren. Misschien gebeurt deze verruiming vooral op vraag van de kleinere klanten, die liever met één bedrijf voor facilitaire diensten werken. Voor grotere firma’s lijkt het me minder nuttig om deze dienstverlening aan een extern bedrijf toe te kennen. Zij hebben dan ook veel taken die ze aan gespecialiseerde firma’s afzonderlijk kunnen ‘outsourcen’.”

“KMO-bedrijven zijn ook nog niet zo vertrouwd met facility management, al merken we wel inspanningen in gunstige zin.”

Stelling 4: De markt voor facility management heeft nog grote uitbreidingsmogelijkheden.

“Voor facility management ligt inderdaad nog een vrij grote markt open,” bevestigt Gert Potoms. “Ook het onderwijs begint de dienstverlening meer en meer te ontdekken. In Wallonië is de term bovendien nog maar nauwelijks bekend, tenzij dan bij de grote, internationale bedrijven.” Hilde Eygemans: “Facility Management is nu ook doorgedrongen bij de overheid. Vooral de Vlaamse administratie beschikt al over goed gestructureerde FM-afdelingen en ook steden als Gent en Antwerpen zijn al op de kar gesprongen. Het onderwijs hinkt nog wat achterop, vooral dan de middelbare
en lagere scholen. Universiteiten daarentegen staan er wel al verder mee. Anderzijds schrikken nog veel bedrijven terug voor het inhuren van facilitaire diensten. Niet alleen KMO’s, maar ook grote firma’s aarzelen nog om deze dienstverlening uit te besteden.”

L.F.