Wielrennen is in België een stuk van onze cultuur

De Koninklijke Belgische Wielerbond of KBWB heeft als doel om zowel de wielrennerssport als het fietsen in het algemeen te ontwikkelen en te promoten en dat voor verschillende doelgroepen. Op dit moment telt de bond 55.000 leden, waarvan 15.000 topsporters. Communicatieverantwoordelijke Tom Vandamme geeft een woordje uitleg.

Tom Vandamme: “Vooral de wielerteams en de wedstrijden zullen de gevolgen van de huidige crisis voelen.”

Brabant Manager: Met welk doel werd de KBWB opgericht?
Tom Vandamme: “Onze organisatie is een koepelorganisatie, een federatie eigenlijk met twee zelfstandige vleugels WBV en FCWB, die de focus sinds haar oprichting op twee pijlers legt: topsport en recreatie. Binnen die pijlers hebben we vier hoofdactiviteiten: de promotie en ontwikkeling van het wielrennen in België, de voorbereiding van het Belgian Cycling Team op de kampioenschappen, de organisatie van de Belgische kampioenschappen en het beheer van de nationale en internationale wielerkalender in België.”

Brabant Manager: Wat zijn de uitdagingen voor de KBWB op korte en lange termijn?
Tom Vandamme: “Op korte termijn zie ik vooral het uit de weg ruimen van de verkeerde perceptie rond het dopingprobleem als voornaamste uitdaging. Op langere termijn zullen we werk maken van de verdere ontwikkeling van de verschillende disciplines (mountain, veld, weg en piste), door de wisselwerking met de verschillende partijen en ook de jeugd nog meer te stimuleren. Verder willen we ook blijven groeien wat leden en recreanten betreft en willen we de Belgische positie en het imago van ons land als topland voor de wielersport verder verankeren.”

Brabant Manager: Hoe belangrijk is de bedrijfswereld eigenlijk voor de wielersport?
Tom Vandamme: “Bijzonder. Wielersport is louter afhankelijk van sponsoring en bijgevolg zeer kwetsbaar in periodes als deze. Vooral de wielerteams en de wedstrijden zullen de gevolgen van de huidige crisis voelen. Als federatie voel je dit minder omdat er eveneens inkomsten uit andere hoek komen, zoals bijvoorbeeld lidgelden. Wél denken we als federatie mee over mogelijkheden om andere bronnen van inkomsten aan te boren zoals meer subsidies. Maar bij ploegen draait het nog steeds vooral om enkel sponsoring.”

Allesomvattend programma

Brabant Manager: Hoe tracht u bestaande en nieuwe commerciële partners te betrekken bij de wielersport?
Tom Vandamme: “Dankzij onze diverse activiteiten, kunnen we onze commerciële partners een constant en allesomvattend programma aanbieden, wat de nodige visibiliteit garandeert. Wanneer zij een contract met ons afsluiten, hebben onze partners een gegarandeerde deelname aan de EK’s en WK’s, en dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld het voetbal, waar men afhankelijk is van kwalificaties. Als je dan nog bedenkt dat ons land in die kampioenschappen altijd veel aandacht krijgt omdat we in iedere discipline tot de favorieten behoren, weet je dat je in onze tak goed zit. Daarnaast is het niet onbelangrijk
voor partners om te weten dat ze, wanneer zij met de KBWB in zee gaan, het globaal beeld van het Belgische wielrennen ondersteunen en niet enkel één ploeg of individu. Wielrennen is in België meer
dan een sport, het is een stuk van onze cultuur.”

Brabant Manager: Ondervindt de KBWB daarbij hinder van de huidige crisis?
Tom Vandamme: “Op dit moment is de crisis nog niet doorgedrongen tot onze organisatie. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de langetermijnvisie die wij steeds voor ogen hebben. Ik vermoed dat de impact vooral voelbaar zal zijn bij kleinere, lokale wedstrijden die meer moeite zullen ondervinden om nieuwe sponsoren en partners aan te trekken.”

Brabant Manager: Dopinggebruik heeft een negatieve impact op het imago van de wielersport. Ook voor bedrijven die hun imago koppelen aan de wielersport houdt dit risico’s in. Hoe gaan jullie daarmee om?
Tom Vandamme: “Ik ben het niet helemaal eens met de stelling  die u poneert. Ik denk dat dopingschandalen in de eerste plaats een negatieve impact hebben op de naam van de ploeg, niet op de naam van het bedrijf  dat de ploeg sponsort. Daarnaast moeten we ons hoeden voor een foutieve perceptie en niet alle wielrenners over dezelfde kam scheren.”