Aannemer wordt creatieve meedenker

Dat de bouwsector geënt is op innovatie en duurzaamheid,  is genoegzaam bekend. In tegenstelling tot vroeger straalt de inventiviteit steeds vaker af op het imago. Jean Biesmans, voorzitter van de Vlaamse Confederatie Bouw en tevens hoofd van de dakspecialist Group Biesmans, spreekt zelfs van een kentering. Met de uitbreiding van het bouwonderwijs krijgt de bouwsector immers nieuwe, jeugdige impulsen. Ook van de publiekprivate samenwerking verwacht Biesmans veel heil. De rol van aannemers wordt er één van creatieve meedenkers.

Limburg Manager: De bouwsector zou een positiever en hipper imago moeten krijgen, zo wordt beweerd. Is het slecht gesteld met het beeld dat wij hebben over de bouwsector?
Jean Biesmans, voorzitter van de Vlaamse Confederatie Bouw en hoofd van de dakspecialist Group Biesmans.Jean Biesmans: “Ik denk dat we op dit moment veel doen om het imago van de bouwsector op te krikken. Samen met gemeentebesturen trachten wij een aanzet te geven om aangename,waardevolle en aantrekkelijke stedelijke gebieden te creëren waar het goed vertoeven, werken en wonen is. Het negativisme over de bouwsector zal voor een stuk ook voortvloeien uit het beeld dat veel mensen
hebben over de onveiligheid van onze sector, en de stijgende prijzen. Ik denk dat we er in onze sector alles aan doen om de veiligheid van onze mensen te garanderen. Uiteraard zit ik zelf dag in dag uit in deze sector, maar kan ik alleen maar zeggen dat er de laatste jaren heel wat positieve initiatieven plaatsvonden.”

“Innovatie op het vlak van energie is hyperbelangrijk. Op termijn wordt het een van de belangrijkste pijlers in de bouwsector.”

Limburg Manager: Het vinden van geschoold personeel is voor de bouwsector een enorme opgave.Wat zou hier aan gedaan kunnen worden?
Jean Biesmans: “De bouw zou inderdaad meer jeugdige input moeten krijgen. Wat dat betreft, staan we echt voor een bijzonder grote uitdaging. De grootste oorzaak is de lage interesse die jongeren hebben in een technische opleiding. De bouwsector is niet sexy genoeg voor de hedendaagse jeugd. We zouden de voordelen van het werken in de bouwsector meer moeten onderstrepen en bijkomende maatregelen kunnen treffen: een betere vergoeding van de verplaatsingstijden bijvoorbeeld, of – op termijn – het toestaan van goedkope bouwleningen. Het is van groot belang dat we nagaan hoe we de jeugd kunnen stimuleren en sensibiliseren om voor onze sector te kiezen. De uitbreiding van het bouwonderwijs zie ik als een eerste positieve stap. Vroeger hield een technische opleiding na het middelbaar op, nu niet meer.”

Energie-efficiëntie

Limburg Manager: Hoe belangrijk is innovatie voor de bouwsector?
Jean Biesmans: “Naar energie toe is innovatie hyperbelangrijk, omdat het op lange termijn een van de belangrijkste pijlers zal zijn in de bouwsector. De hamvraag wordt: Hoe kunnen we alles zo goed en rendabel mogelijk verwarmen en ventileren? Het antwoord op die vraag bestaat uit innovatieve oplossingen die de energiekosten op termijn tot een minimum kunnen beperken. Zo mogen we heel veel verwachten van zonne-energie. Op dit moment wordt er al verschillende manieren mee gewerkt en we kunnen alleen maar hopen dat het gebruik in de toekomst alleen nog maar verder wordt uitgebreid. Wat ook innovatief moet zijn, is – gezien de moeilijkheid om arbeiders aan te trekken – de toename van voorgefabriceerde elementen, zodat het bouwgebeuren niet meer het traditionele metselen is, maar meer een routinezaak wordt. Innovatief kan en moet men ook zijn wat betreft de materialen. Limburg is de grote toeleverancier van zand en grind, en op langere termijn moeten we, door de politieke beslissingen die worden genomen, vervangproducten zoeken voor deze grondstoffen. Ook daar wacht ons een grote uitdaging.”

Limburg Manager: Op 1 januari 2006 ging de Energie Prestatie Regelgeving van kracht.Wat zijn hiervan volgens u de gevolgen?
Jean Biesmans:  “Op korte termijn zit men natuurlijk met een stijgende kostprijs. Per woning zal men toch al gauw zo’n 10.000 euro meer moeten ophoesten bij het bouwen. Anderzijds wijzen studies ook uit dat het geïnvesteerde kapitaal op een vijftal jaar al terugverdiend is.”

“Limburg is de grote toeleverancier van zand en grind. In de toekomst zullen we vervangproducten moeten zoeken voor deze grondstoffen. Ook daar wacht ons een grote uitdaging.”

Limburg Manager: Sinds enkele jaren hebben we in Limburg het Centrum voor Duurzaam Bouwen. Had Limburg hier nood aan? En hoe zien professionelen dit centrum?
Jean Biesmans: “Het Centrum voor Duurzaam Bouwen bestaat eigenlijk nog niet lang genoeg om al een echte evaluatie te kunnen maken. Het is absoluut een initiatief waar wij voor 100% achterstaan, en waarvan we veel verwachten. We zullen de krachten moeten bundelen en om op zoek te gaan naar duurzame materialen, en het Centrum voor Duurzaam Bouwen zal daarin optreden als stimulator.”

De toekomst van PPS

Limburg Manager: Om even verder in te gaan op het Limburgse gegeven. Klopt het nog steeds dat Limburgse bedrijven zo populair zijn in de rest van het land of is dat een achterhaald gegeven?
Jean Biesmans: “Ik denk inderdaad dat dit een achterhaald gegeven is. Limburgse bouwvakkers werden vroeger beschouwd als doeltreffende vakmensen, en dat is nog steeds zo natuurlijk, maar ik ben er ook van overtuigd dat vakmensen uit andere provincies even goed kunnen zijn.”

Limburg Manager: Meer en meer grote projecten evolueren naar een publiekprivate samenwerking. Is dat volgens u een gunstige evolutie?
Jean Biesmans: “Voor onze sector is het een van de meest gunstige evoluties. De overheid beschikt over steeds minder en de financiële wereld over steeds meer middelen. Met de gronden van de overheid, de financiële steun uit de financiële sector, en de knowhow van aannemers, dus de combinatie van de publieke en private sector, is deze vorm van samenwerking dan ook de ideale oplossing voor de toekomst voor het realiseren van nieuwe overheidsgebouwen. Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke gaf trouwens een heel positief signaal toen hij onlangs besliste om 100 miljoen euro ter beschikking te stellen voor de bouw van 300 scholen, allemaal in PPS-vorm. PPS houdt voor onze sector ook in dat we niet meer 100% als aannemer moeten optreden. Er wordt van ons verwacht dat we meedenken in het project. Omdat het om overheidsgebouwen gaat moet er dus ook op langere termijn worden gedacht: hoe kunnen de onderhouds- en renovatiekosten tot een minimum beperkt worden? De aannemersrol groeit dus meer en meer uit tot die van creatieve meedenker.”

H.N.