Harry Vangansewinkel, Aspel VG Plastics

Harry Vangansewinkel, Aspel VG Plastics

Harry Vangansewinkel.

“Kwaliteit moet standaard 100% zijn”

Aspel VG Plastics in Bocholt maakt van plastic korreltjes eindproducten voor de automobielindustrie, elektro- en elektronicasector zoals onderdelen voor ruitenwissers, behuizingen van veiligheidsschakelaars et cetera. Het productieproces en de assemblage zijn vrijwel volledig geautomatiseerd. Het bedrijf is onderdeel van de mondiaal operende Afinia Plastics Group. En dat biedt volgens general manager Harry Vangansewinkel de nodige voordelen. Toch is de mondiale kredietcrisis aan Aspel VG Plastics niet onopgemerkt voorbij gegaan. Een interview…

L.M.: Aspel VG Plastics is in 2000 lid geworden van Afinia Plastics Group. Heeft u sindsdien nooit overwogen om uit Bocholt weg te trekken?
Harry Vangansewinkel: “Never, nooit. Bocholt is een uitstekende thuishaven. Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg liggen om de hoek. De internationale luchthaven Zaventem en de havens van Antwerpen zijn eveneens vanuit Bocholt snel te bereiken. En de mensen, op hen kun je bouwen. Ook de samenwerking met de gemeente Bocholt is constructief. De Bedrijvendag die op initiatief van de gemeente in oktober werd georganiseerd was een groot succes.”
L.M.: Wat heeft u gemerkt van de kredietcrisis?
“Eind 2008 zagen wij in twee maanden tijd de omzet met eenderde teruggaan. Dat was schrikken. De klanten bleken er de voorkeur aan te geven in eerste instantie hun voorraden op te maken. Nieuwe orders bleven uit.”
L.M.: Hoe bent u hiermee omgegaan?
“Je kunt klanten niet dwingen om orders te plaatsen. We moesten dus creatief zijn en die creativiteit is ontaard in een straffe focus op de kosten. Bij elke schroef en elke pen die we bestelden, vroegen we ons af of het wel echt nodig was. Het letten op de kleintjes werd breed gedragen, maar dat bleek niet voldoende. We hebben in samenspraak met onze medewerkers voor enkele van hen een economische ww-uitkering aangevraagd. Anderen namen spontaan extra verlof op, of draaiden op eigen initiatief minder uren. Chapeau voor onze 35 mensen, ze hebben niet alleen met ons meegedacht, maar hebben dat denken in daden omgezet. We hebben een geweldig team en mede dankzij hun flexibele instelling de crisis overleefd.”
L.M.: Hoe staan de zaken er nu voor?
“De omzet zit nu weer op het niveau van 2008. We gaan dus de goede kant uit. En die positieve trend zet door. Afinia is niet alleen actief in Europa maar ook in Mexico. De crisis heeft daar in 2007 huisgehouden. Inmiddels zijn de orders bij ons Mexicaans zusterbedrijf dermate aangetrokken, dat het bedrijf het nauwelijks aankan. Die economische groei verwachten we ook komende jaren in Europa.”
L.M.: Als de economie aantrekt, bent u er dan klaar voor?
“Zeker. We zijn druk doende met diversificaties. In de nabije toekomst wil Aspel VG Plastics het bestaande assortiment uitbreiden met producten voor twee nieuwe markten: de voedingssector en de medische wereld. Dat vraagt een enorme investering in bijvoorbeeld certificeringen. We zijn vanaf 2001 ISO 9001 en vanaf 2004 ISO/TS 16949 gecertificeerd. Dit jaar nog willen ISO 14001 hieraan toevoegen, en in de toekomst ook het HACCP-certificaat. Kwaliteit moet standaard 100% zijn, dat is ons streven en dat is ook de belangrijkste voorwaarde om first supplier te worden op de genoemde nieuwe markten.”
L.M.: Bent u als onderdeel van Afinia Plastics Group in het voordeel?
“Absoluut. Bundeling van krachten levert synergie op, ofwel de gemeenschappelijke prestatie is altijd groter dan de som van de afzonderlijke factoren. Samen kunnen we een krachtige vuist maken richting concurrenten en leveranciers. Nog belangrijker is dat Afinia met productiefaciliteiten in West- en Oost-Europa, in Mexico en China snel kan inspelen op mondiale groeimarkten.”
L.M.: Toch is Aspel VG Plastics een zelfstandig opererend bedrijf dat zijn eigen boontjes dopt. Hoe doet u dat?
“Vanaf de start in 1988 is onze corebusiness het spuitgieten van kunststof onderdelen en dan met name kleine producten. Assemblage, ultrasoon lassen, printen en lakken zijn aanvullende activiteiten. Om onze eigen boontjes te kunnen doppen, zijn lage overheadkosten, een uitstekende prijs-kwaliteitverhouding en flexibiliteit een must.”
Loes Wijdeveld