Jos Craemers: Tussen de poten van een olifant staat dikwijls het beste gras

Neen, ‘Katarakt’ heeft zijn effect niet gemist. Busladingen vol fans van de tv-serie houden halt aan de Veiling Borgloon, terwijl vrachtwagens af en aan rijden en er ondertussen tonnen  fruit wereldwijd verhandeld worden. Ondanks deze drukte behoudt algemeen directeur Jos Craemers het overzicht. “Onze opdracht is heel eenvoudig,” klinkt het. “Het fruit van onze telers tegen een zo hoog mogelijke prijs vermarkten én dat tegen een zo laag mogelijke kostprijs.” Kortom: de fruitsector heeft heel eigen besognes en (over)leeft bij gratie van de natuur. De manager over de vruchten van zijn beleid.

Jos Craemers, Veiling BorgloonJos Craemers is het type manager dat nauw contact houdt met de werkvloer. Op zaterdagavond loopt hij nog even langs bij zijn medewerkers om te kijken hoe het gaat en trakteert hij ze ‘en passant’ op een ijsje. Een gedegen communicator ook en dat blijkt een sterke troef in deze hypergevoelige sector. “Onze fruitveiling is een coöperatieve vennootschap, gedragen door onze fruittelers. Onze aandeelhouders of vennoten zijn dus ook onze leveranciers en dus klanten. Het is onze taak hun vruchten zo duur mogelijk te verkopen. duidelijke communicatie en een transparant beleid zijn dan ook essentieel, want we onderhandelen dagelijks over die mensen hun inkomen.”

Limburg Manager: Laten enkele eurocenten minder voor een bakje aardbeien zich meteen voelen?
Jos Craemers: “En of. Elke schommeling in de markt tekent zich af in de inkomsten van de fruitteler. Er worden hier tijdens het seizoen soms tot 250 ton aardbeien per dag verhandeld. Het is onze verdomde plicht om te verantwoorden hoe de prijs tot stand is gekomen en te bewijzen dat we het hoogst haalbare uit de markt gehaald hebben.”

Limburg Manager: Speelt daarin meer dan het eenvoudige principe van vraag en aanbod?
Jos Craemers: “Het fruit legt een lange weg af om van de teler tot bij de consument te komen. Dit parcours maakt de prijs: het achterliggende logistieke raderwerk moet ook bekostigd worden en er is  de koeling van het fruit om in optimale condities getransporteerd te worden. Maar ook selectie, kwaliteitscontrole, verpakking, opslag… Het zijn bepalende factoren voor de prijs, net zoals vraag en aanbod de markt beïnvloeden.”

“We zijn zeer tevreden dat ‘Katarakt’ wat heeft losgemaakt.”

Limburg Manager: Hoe sterk staat de teler die aan het begin van de keten zit?
Jos Craemers: (knikt) “Dat is de grote moeilijkheid, want hij trekt vaak aan het kortste eind. De huidige energieprijzen beïnvloeden de kostprijs van de verpakking, de koeling, het transport… Dat stuwt de winkelprijs van het fruit de hoogte in, terwijl de teler minder marge heeft, hoewel hij zelf ook af te rekenen heeft met hogere kosten.”

Specialist in opslag

Limburg Manager: Is het een misvatting te denken dat de fruitveiling een marktplaats is waar producent en afnemer elkaar ontmoeten?
Jos Craemers
: “Zo was het 25 jaar geleden misschien. Door de verregaande informatisering en mondialisering is de veiling vandaag vooral erg gesofistikeerd geworden. Bovendien is onze taak als veiling breder geworden met tal van activiteiten die we aan kostprijs voor onze telers en klanten organiseren, zoals opslag van fruit. Lange termijn koeling behoort tot ons aanbod, want hoewel appelen en peren enkel in september en oktober geplukt worden, vind je ze het hele jaar door in de winkel.”

Limburg Manager: Waarom behoort deze taak de veiling toe?
Jos Craemers: “Het is niet alleen erg kapitaalintensief, optimale conservatie vergt ook complexe technologie waarbij je 24 uur op 24 opvolging moet hebben. Om een idee te geven: we hebben momenteel een bouwproject lopen voor een bijkomende 15.000 voorraadbakken, goed voor een investering van 9 miljoen euro. Je moet je telers een meerwaarde kunnen bieden, hen een reden geven om zich te verbinden met de veiling.”

Limburg Manager: Is dat niet vooral lokaal ingegeven?
Jos Craemers: “Uiteraard zit je met een historische verankering, maar vergis je niet: deze markt is sterk  geglobaliseerd. De klokverkoop van de producten verloopt bovendien simultaan tussen de negen veilingen van ons land. Daardoor maakt het voor de telers op zich niet zoveel uit of de vruchten aangekocht worden van op een andere veilinglocatie, dan wel op die van Borgloon. Bovendien is 80% voor export bestemd, onder meer Noorwegen, Zweden en Rusland.”

Limburg Manager: Hoe zit het met de omgekeerde richting? De concurrentie uit het buitenland?
Jos Craemers: “Ook dat is een marktrealiteit. Samen met Nederland staan we in voor hooguit 5% van de Europese fruitproductie. We staan echter wel aan de top inzake organisatie en kwaliteit. We halen een veel grotere toegevoegde waarde met onze producten.”

Limburg Manager: Vreest u niet voor de wet van de remmende voorsprong?
Jos Craemers: “Nee, zolang we een kwalitatief product hebben, maken we het verschil. De Conference peren zijn daarvan een goed voorbeeld. Dat is een uniek product dat zelf de weg vindt naar de rest van de wereld. We moeten waakzaam blijven voor concurrentie, maar hebben we te vrezen van de Fujiappelen uit China? Nee, de consument geeft nog steeds de voorkeur aan de ietwat zuur-zoete appelen, zoals de Jonagold. Polen, een van de belangrijkste producten van aardbeien, mag dan al goedkoper zijn, met de geleverde kwaliteit krijgen ze moeizaam een voet aan de grond op de versmarkt.”

Limburg Manager: Hebben we niets te vrezen van het Europa van de 27?
Jos Craemers: (zucht) “Dat is een moeilijkere vraag. Laat het me zo stellen: we staan aan de Europese top inzake ‘full traceability’ van producten, voedselveiligheid en logistieke ondersteuning. We lobbyen al lang voor een geharmoniseerde Europese regelgeving op vlak van bestrijdingsmiddelen, maar momenteel bestaan er zelfs tussen België en Nederland nog grote verschillen. Hoe kunnen we dit als relatief kleine speler volhouden? Wel: tussen de poten van de olifant staat er genoeg gras om te grazen. Sterker nog, daar staat dikwijls het beste gras.”

De impact van ‘Katarakt’

Limburg Manager: Sinds de succesvolle één-serie ‘Katarakt’ is Vlaanderen vertrouwd met de heel eigen besognes van de fruitteelt. Gaf de serie een accuraat beeld?
Jos Craemers: “Het was geromantiseerde ‘reality’. Het wel en wee van een fruitteler die knokt om te overleven, die leeft met de grillen van de natuur en die soms ‘tunnelzicht’ heeft op zijn vruchten… Dat is een realiteit. Telers zijn de economisten van het buikgevoel en kijken uit noodzaak naar de grond, want dat is hun vruchtbare basis. We zijn zeer tevreden dat ‘Katarakt’ wat heeft losgemaakt.”

Limburg Manager:  Heeft het voor een popularisering van de sector gezorgd?
Jos Craemers: “Dat is misschien wat te kort door de bocht. De impact van de serie laat zich eerder voelen in het toerisme in de regio. We krijgen dagelijks groepen bezoekers over de vloer en dat is sinds de reeks enkel toegenomen.”

Limburg Manager: Als coöperatieve organisatie is de veiling zo goed als de telers het toelaten. Hoe ziet de toekomst eruit?
Jos Craemers: “De toekomst van de fruitsector én de veiling valt samen met het succes of de vastberadenheid van de telers. De Haspengouwse regio is cultureelhistorisch verbonden met de fruitteelt, de inwoners leven op het ritme van ‘de pluk’. Als veiling – en dat geldt ook voor de telers zelf – kunnen we rekenen op uiterst flexibele, hardwerkende arbeidskrachten en personeelsleden. Zij weten dat er hard gewerkt moet worden wanneer de pluk eraan komt, desnoods zeven dagen op zeven. Al neemt die bereidheid bij de lokale bevolking wel af.”

Limburg Manager: Welke signalen tekent u op bij de leden?
Jos Craemers: “De grootste discrepantie zit hem in de wil om te specialiseren, terwijl net diversifiëren wenselijk is. Als teler kan je namelijk beter je risico’s spreiden. Als je aardbeien doet, doe het dan zowel in serres als in volle grond, én met gekoelde planten of doordragers. Op die manier kan je mogelijke tegenslagen beter opvangen. Mijn raad is altijd geweest dat je zoveel mogelijk in de markt moet zijn. Zorg ervoor dat je veel producten hebt op de veiling. Diversifiëren zorgt echter voor een complexere bedrijfsvoering. Dit is immers een vak waarin alle macro-economische principes op microniveau meespelen. Of het nu gaat om politieke spanningen in Rusland met handelsbelemmerende gevolgen, of de stijging van de olieprijs, of barre weersomstandigheden in Polen… het heeft stuk voor stuk een invloed op de prijs van dat ene bakje aardbeien. Dat maakt dit vak zo boeiend moeilijk.” (lacht)

Christophe De Schauvre